Wouter Beke (CD&V) pleit voor Europees leger: “België moet de kar trekken”.
Een politicus die ooit vooral bekend stond om interne partijstormen en beleidsdossiers die vaker struikelden dan vooruitgingen, ontpopt zich vandaag tot een opvallend vurige pleitbezorger van Europese militaire integratie. Wouter Beke (CD&V), intussen Europees Parlementslid, pleit in zijn nieuwe boek Houvast of houdgreep? voor de oprichting van een Europees leger. België zou daarbij zelfs “het voortouw moeten nemen”.
Zijn boodschap is er eentje die kan tellen: Europa moet zich militair heruitvinden omdat het niet langer blind kan rekenen op de Verenigde Staten. Maar achter de grote woorden schuilt een debat dat al jaren vastzit tussen ambitie, politieke verdeeldheid en institutionele realiteit.
Europa moet zichzelf verdedigen, zegt Beke
Volgens Beke is de strategische context drastisch veranderd. De afhankelijkheid van de VS in het kader van de NAVO zou geen vanzelfsprekendheid meer zijn. Hij verwijst naar de verschuiving onder eerdere Amerikaanse presidenten richting Azië en naar de onvoorspelbaarheid van Donald Trump als illustratie van een structureel probleem: Europa is niet militair zelfstandig genoeg.
Zijn conclusie: zonder eigen defensiecapaciteit blijft de Europese Unie kwetsbaar.
Geen superleger, wel een snelle interventiemacht
Toch pleit Beke niet meteen voor een klassieke fusie van nationale legers. In plaats daarvan stelt hij een Europese “rapid reaction force” voor: een snel inzetbare troepenmacht samengesteld uit vrijwillige lidstaten.
Het idee is niet nieuw, maar werd nooit concreet uitgewerkt. Europa beschikt vandaag over een aanzienlijk aantal militairen, maar die zijn verspreid over 27 lidstaten, elk met eigen structuren, prioriteiten en budgetten.
Efficiëntie versus nationale reflexen
De cijfers die Beke aanhaalt zijn niet min: Europa zou in totaal meer soldaten hebben dan zowel de VS als Rusland, maar mist coördinatie. Volgens hem kan betere samenwerking niet alleen de slagkracht verhogen, maar ook miljarden besparen via gezamenlijke aankopen en gedeelde structuren.
Critici wijzen echter al jaren op hetzelfde knelpunt: defensie is bij uitstek een nationale bevoegdheid. Lidstaten blijven huiverig om controle over hun leger of strategische beslissingen af te staan aan Europese instellingen.
België als voortrekker?
Opvallend in het betoog is de rol die Beke toekent aan België. Het land zou volgens hem minder “navelstaarderig” zijn dan grote lidstaten en al ervaring hebben met internationale samenwerking, onder meer met Frankrijk en Nederland.
Dat klinkt ambitieus, maar in de praktijk blijft België binnen de Europese defensiediscussie eerder een middelgrote speler zonder doorslaggevende impact.
NAVO blijft de realiteit
Een volledige Europese defensiestructuur buiten de NAVO lijkt voor Beke niet aan de orde. Integendeel, hij wil net binnen het NAVO-kader een sterkere Europese pijler uitbouwen. Het bestaande Europese defensieartikel in de verdragen blijft tot dusver grotendeels theoretisch.
De realiteit blijft dus dubbel: Europa wil meer autonomie, maar blijft militair ingebed in een trans-Atlantisch systeem dat het zelf niet volledig controleert.
Strategisch project of politieke ambitie?
Wat Beke voorstelt, past in een bredere Europese discussie die al decennia aansleept: moet Europa een militaire macht worden, of blijft het een politieke unie die leunt op externe bescherming?
Zijn pleidooi krijgt extra urgentie door geopolitieke spanningen en de oorlog in Oekraïne, maar botst tegelijk op dezelfde oude hinderpalen: nationale belangen, defensie-industrie en politieke verdeeldheid.
Tussen geopolitiek en realpolitik
De meest prikkelende laag in het debat is misschien niet militair, maar politiek. De opkomst van radicaal-rechtse partijen in Europa zet de integratie onder druk, terwijl net meer samenwerking nodig lijkt om extern gewicht te behouden.
Beke koppelt die evoluties aan een waarschuwing: wie herbewapening loskoppelt van Europese samenwerking, riskeert dat defensie opnieuw een splijtzwam wordt in plaats van een verbindende factor.
Ambitie botst op realiteit
Het idee van een Europees leger blijft voorlopig vooral een strategische droom met een lange voorgeschiedenis en weinig uitvoering. Beke giet het in een nieuw boek, maar de fundamentele vraag blijft dezelfde: wil Europa echt één militaire macht worden, of blijft het hangen in een compromis tussen nationale soevereiniteit en gezamenlijke ambities?
Voorlopig lijkt het laatste scenario nog altijd het meest realistische.
(Foto: Philip Reynaers/Photo News)